
Landbouw met ruimte voor natuur.
Onze akkers staan niet los van de hagen, graslanden, bossen en beken eromheen. Samen vormen ze één landschap. Daarom kiezen we op Bree-Eik naast biologische landbouw bewust voor meer ruimte voor planten, insecten, vogels en andere dieren.
Biologische landbouw is voor ons de basis, niet het eindpunt.
Op Bree-Eik boeren we biologisch. Maar ook biologische landbouw blijft landbouw: we bewerken akkers, maaien graslanden en produceren voedsel.
Daarom kijken we verder dan het biologische label alleen.
Een landbouwlandschap is ook leefgebied voor wilde planten en dieren. Met natuurinclusieve landbouw proberen we daar bewust ruimte voor te maken. Op sommige plaatsen grijpen we minder intensief of helemaal niet in. Elders passen we onze manier van werken aan wanneer dat de natuur meer kansen geeft.
Dat betekent soms ook minder opbrengst of een stukje grond dat niet maximaal kan produceren. Die keuze maken we bewust.

Geen verzameling losse maatregelen.
Een haag planten, een grasland later maaien of een beek opnieuw openleggen heeft pas echt betekenis wanneer het past binnen het landschap errond.
Daarom bekijken we Bree-Eik als één geheel.
Akkers, weides, hagen, houtkanten, bossen, water en gebouwen hebben elk hun eigen functie, maar staan voortdurend met elkaar in verbinding. Een vogel heeft bijvoorbeeld niet alleen een plek nodig om te broeden, maar ook voldoende voedsel en beschutting in zijn omgeving.
We proberen maatregelen daarom zo te kiezen en te plaatsen dat ze elkaar versterken. In onze biodiversiteitsvisie wordt dat omschreven als een puzzel waarin verschillende soorten een plaats moeten kunnen vinden.


De hoeve van Bree-Eik
Op verschillende plekken, op verschillende manieren.
Biodiversiteit vraagt niet overal om dezelfde aanpak. Wat goed is voor een vogel van het open veld, is niet noodzakelijk wat een soort in een houtkant nodig heeft.
Hagen & houtkanten
Hagen en houtkanten waren eeuwenlang een vertrouwd onderdeel van het Pajottenlandse landbouwlandschap. Ze bieden beschutting, voedsel en nestgelegenheid en verbinden verschillende leefgebieden met elkaar.
Veel van die structuren verdwenen toen landbouwpercelen groter werden. Op Bree-Eik bouwen we opnieuw aan dat netwerk. Daarbij telt niet alleen hoeveel we planten, maar vooral waar een haag ligt, hoe breed ze kan worden en waarmee ze verbinding maakt.

Graslanden
Niet ieder grasland hoeft maximaal te produceren.
Door bepaalde graslanden minder intensief te beheren, later te maaien of stukken vegetatie tijdelijk te laten staan, krijgen kruiden en bloemen meer kansen.
Dat levert op zijn beurt voedsel en leefgebied voor insecten, vogels en andere dieren. Op bloemrijke percelen wordt daarom ook trager gemaaid en kunnen delen bewust blijven staan, zodat niet het volledige leefgebied in één keer verdwijnt.

Akkers
Onze akkers zijn er in de eerste plaats om voedsel te produceren. Maar ze kunnen tegelijk leefgebied zijn.
Op een van onze graanakkers krijgt oude akkerflora daarom bewust opnieuw ruimte. Tussen het graan verschijnen niet alleen korenbloemen en klaprozen, maar ook veel minder bekende akkerplanten.
De bloemen trekken insecten aan en hetzelfde perceel wordt gebruikt door akkervogels. Veldleeuwerik, kievit en gele kwikstaart broeden er volgens onze biodiversiteitsinventarisatie jaarlijks.

Water
Water heeft altijd mee bepaald hoe het landschap rond Bree-Eik eruitziet.
In het verleden werden sommige kleine beken onder de grond gebracht om landbouwgrond droger en gemakkelijker bewerkbaar te maken. Waar mogelijk draaien we dat proces opnieuw om.
Oude waterlopen worden weer opengelegd en krijgen bredere, begroeide oevers. Zo wordt stromend water opnieuw zichtbaar en ontstaat er nieuw leefgebied voor planten en dieren.

Bossen
Op de natste delen van Bree-Eik vinden we onder meer moerasbos. Bossen bieden leefgebied aan vogels, reeën, uilen en andere dieren en maken tegelijk deel uit van het grotere netwerk rondom onze landbouwgrond.
Ook hier proberen we gericht extra kansen te creëren. Zo hangen er in de moerasbossen van Bree-Eik tientallen vleermuiskasten.

Gebouwen
Niet alleen velden, bossen en hagen bieden ruimte aan natuur.
Oude landbouwgebouwen zijn belangrijke nest- en verblijfplaatsen voor onder meer mussen, zwaluwen, uilen en vleermuizen. Bij renovaties proberen we die ruimte waar mogelijk te behouden of opnieuw te creëren.
Zo worden nestvoorzieningen geïntegreerd in gebouwen en is de zolder van het poortgebouw ingericht als verblijfplaats voor vleermuizen.

Ruimte maken betekent ook keuzes maken.
Natuurinclusief boeren wordt pas betekenisvol wanneer het ook invloed heeft op hoe we werken.
De veldleeuwerik is daar een mooi voorbeeld van.
Deze vogel broedt nog op Bree-Eik. Een broedcyclus duurt ongeveer 45 dagen, terwijl sommige percelen met gras, klaver en luzerne vroeger gemiddeld om de 37 dagen werden gemaaid.
Daarom streven we op plaatsen waar veldleeuweriken broeden naar ongeveer 48 dagen tussen twee maaibeurten.
Voor de vogel betekent dat meer tijd om zijn jongen groot te brengen. Voor ons betekent het later gemaaid gras van lagere voederkwaliteit en mogelijk een maaibeurt minder tijdens het seizoen.
Soms betekent ruimte maken voor natuur dat we zelf iets moeten inleveren. Ook dat hoort voor ons bij natuurinclusief boeren.

Wanneer het landschap antwoordt.
Biodiversiteit laat zich niet van vandaag op morgen herstellen. Een nieuw aangeplante haag heeft tijd nodig om uit te groeien. Een grasland verandert geleidelijk. En het duurt soms jaren voordat een soort een geschikte plek ontdekt.
Toch zien we dat het landschap reageert.
Het aantal waargenomen soorten op Bree-Eik neemt toe. Een deel daarvan komt doordat er intensiever wordt geïnventariseerd, maar volgens onze biodiversiteitsopvolging spelen ook de genomen maatregelen een rol.

Biodiversiteit is voor ons geen project met een einddatum.
We planten en beheren, kijken wat er gebeurt en sturen bij. Nieuwe hagen moeten groeien, graslanden ontwikkelen zich en soorten reageren ieder op hun eigen tempo.
En er zijn altijd nieuwe mogelijkheden: van boomgaarden en een moestuin met ruimte voor bestuivers tot nattere zones, rietvegetaties en meer voorjaarsflora in onze bossen. De biodiversiteitsvisie van Bree-Eik beschrijft die ontwikkeling dan ook als een voortdurend proces, in samenwerking met iedereen die op het bedrijf en aan het landschap werkt.
Want landbouw en natuur zijn op Bree-Eik geen twee afzonderlijke verhalen. Ze delen dezelfde plek.
